Welke tarieven mag je als freelance dansdocent in 2025 rekenen? Wij rekenden het voor je uit per type opdracht! 

Voor commerciële dansscholen is er geen cao. Daarom heeft Saskia Sap (voorzitter vakvereniging Dansbelang) aan Jacqueline de Kuijper (onze hoofdredacteur) gevraagd om voor deze dansschoolhouders en hun docententeams adviestarieven op te stellen. Die vind je in dit artikel!

ONDERNEMEN | Voor commerciële dansscholen is er geen cao. Daarom heeft vakvereniging Dansbelang onze hoofdredacteur gevraagd om voor dansschoolhouders en hun docenten adviestarieven op te stellen. Wat hoor je als dansdocent minimaal te krijgen? En wat zijn eerlijke tarieven? Hoe bereken je die? Dat lees je in dit artikel! Voor jouw gemak rekende ze de uurtarieven alvast voor je uit voor 2025, per functie en per type opdracht. Dit jaar hoef je dus enkel in de juiste tabel naar het juiste rijtje te kijken.

Adviestarieven

Eerder rekende ik voor je uit wat het uurtarief van een freelance dansdocent is. Of, nou ja, ‘is’… Ik beargumenteerde wat een eerlijk uurtarief volgens mij zou moeten zijn. Volgens mijn berekening was dat € 48,61 per uur in 2023 en € 53,87 per uur in 2024. Maar daarbij hield ik geen rekening met de verschillende type opdrachten die dansdocenten aannemen, of de duur van de opdracht. Want of je ergens een jaar lang een bepaalde dansles mag geven of slechts een paar keer, zou wel van invloed moeten zijn op je tarief. Oftewel, hoe korter je ergens lesgeeft, hoe hoger je tarief zou moeten zijn! Dus welk uurtarief gebruik je voor een jaarcursus, korte cursus of masterclass? En maakt het uit of je ergens slechts één dagdeel in de week werkt, of meerdere dagdelen? Ja, ook dat maakt uit! Althans dat zou wel moeten…

Daarom presenteer ik in dit artikel verschillende rekensommen voor verschillende situaties - én reken ik alles voor! Dat doe ik voor de verschillende functies die je als dansprofessional kan uitvoeren: medewerker educatie, danser, dansdocent, choreograaf, dramaturg, en artistiek of zakelijk leider. Voortaan hoef je dus alleen nog maar in de juiste tabel in het juiste rijtje te kijken. Zo makkelijk is het bepalen van je tarief nog nooit geweest! Dat wil helaas niet zeggen dat je ook eerlijk betaald gaat worden, maar met dit artikel ga je in ieder geval wel goed geïnformeerd de tariefonderhandeling in. 

In mijn berekeningen ben ik uitgegaan van de cao Toneel en Dans 2025/2026 omdat dit de enige cao is die de verschillende functies van dansprofessionals benoemt en beschrijft. Hun loontabellen heb ik gebruikt als startpunt van mijn berekeningen. Daarna wijk ik van de cao af, omdat de cao bijna geen richtlijnen geeft over het berekenen van zzp-tarieven. Daarvoor heb ik andere bronnen geraadpleegd, zoals de toelichting op de Rekentool voor de culturele sector van Platform ACCT (hierna ‘Rekentool’) en de Handreiking Tarieventool voor zelfstandige kunstprofessionals, eveneens van Platform ACCT (hierna ‘Tarieventool’).

Minimum uurloon

Rekensom | maandloon : 143 (uur)

Als eerste heb ik op basis van de cao voor alle functies het minimum maandloon omgerekend naar een minimum uurloon. Dat  uurloon heb ik namelijk nodig als startpunt in de verschillende berekeningen voor freelance uurtarieven. Volgens de cao Toneel en Dans werkt een werknemer 1720 uur per jaar op fulltime basis (artikel 22). Dat is ongeveer 143 uur per maand, twaalf maanden per jaar. Daarom bereken je het uurloon door het maandloon te delen door 143.

Het minimum maandloon is afhankelijk van welke functie je uitvoert en hoeveel jaar werkervaring je hebt. Ben je net afgestudeerd? Dan kijk je bij stap 0. Heb je al één jaar werkervaring? Dan kijk je bij stap 1. Enzovoorts. Na ongeveer vijftien jaar werkervaring stagneren de tarieven en vindt er geen loonsverhoging meer plaats. Je kan dan alleen nog maar meer gaan verdienen door een hogere - en dus beter betaalde - functie te gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld wanneer je na jaren als medewerker bij een educatieafdeling hebt gewerkt, daar de leidinggevende van wordt.    

Let op: Een ‘minimum’ betekent niets meer of minder dan het woord al zegt. Als werknemer/zzp’er in de danssector mag je nooit minder betaald krijgen dan het vastgestelde minimum. Meer is natuurlijk wel toegestaan - en vaak zelfs broodnodig! - om tot een eerlijk tarief te komen. De cao is dus bedoeld als een starttarief voor de onderhandelingen, maar niet per se een richtlijn voor een eerlijke vergoeding. Weigert jouw werkgever/opdrachtgever het minimum te hanteren? En voel je je daar niet goed bij? Dan kun je contact opnemen met de helpdesk van de Kunstenbond! 

Minimumlonen 2025, volgens de cao Toneel en Dans.

Onder welke cao val jij?

De cao Toneel en Dans is alleen bindend voor professionele theater- en dansgezelschappen (zie de definitie hieronder) en hun werknemers en opdrachtnemers. ‘Bindend’ wil zeggen dat deze organisaties zich aan de regels van deze cao moeten houden en hun werknemers en opdrachtnemers niet minder mogen betalen dan in deze cao staat. Is jouw opdrachtgever geen professioneel gezelschap? Dan geldt deze cao voor jou officieel niet en kun je hier geen rechten aan ontlenen. Wél kun je deze cao dan nog steeds als richtlijn gebruiken bij het bepalen van je zzp-uurtarieven, zoals ik in dit artikel doe.  

Tot de onder deze cao vallende werkgevers wordt gerekend:
1. Elke
rechtspersoon, die:
– uitsluitend of in hoofdzaak toneel en/of dans produceert en/of uitvoert, gemeten naar ten minste 50% van de loonsom van de organisatie én die
– daartoe op basis van een arbeidsovereenkomst één of meer werknemer(s) in dienst heeft zoals gedefinieerd in deze cao én die
– op basis van continuïteit toneel en/of dans produceert, door gedurende ten minste 6 maanden per jaar één of meer producties te repeteren en/of uit te voeren voor publiek.

Het kan dus goed zijn dat jouw werkzaamheden onder een andere cao vallen! Want welke cao leidend is, is afhankelijk van hoe de werkgever geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel en welke activiteiten die uitvoert - níét van welke activiteiten jij voor de werkgever uitvoert. Is de dansschool waarvoor jij werkt een stichting of vereniging? Dan valt die onder de cao Kunsteducatie. Maar afhankelijk van je werkgever kan het ook zijn dat de cao voor sportverenigingen van toepassing is, of de cao Sport voor overige sportscholen. Of de cao’s voor de kinderopvang, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het mbo, het hbo

Vraag daarom altijd aan je werkgever welke cao zij hanteren! En gebruik die loontabellen als startpunt voor de berekening van jouw zzp-uurtarief. Ik zeg ‘startpunt’ omdat de meeste cao’s alleen richtlijnen bieden voor het vergoeden van werknemers. Mocht de betreffende cao geen richtlijnen bieden voor een eerlijke vergoeding voor zzp’ers, dan kun je onderstaande rekensommen gebruiken om je zzp-tarief te berekenen.

Voor commerciële dansscholen (eenmanszaken) is er geen cao. Daarom heeft vakvereniging Dansbelang mij gevraagd om voor deze dansschoolhouders en hun docententeams adviestarieven op te stellen. Die vind je hieronder!

Minimum & Ideaal zzp-uurtarief

Rekensom | maandloon : 143 (uur) x 1,5 of 1,83 (zzp-opslag)

Volgens de cao Toneel en Dans moet een zzp’er minimaal anderhalf keer het bedrag betaald krijgen dat een danser met hetzelfde aantal jaren werkervaring in loondienst krijgt. Deze 50% bovenop het loon van een vergelijkbare functie komt ongeveer op hetzelfde neer als de extra kosten die een werkgever heeft aan diens werknemers. Namelijk de kosten voor de secundaire arbeidsvoorwaarden. Dat zijn alle voordelen die werknemers krijgen bovenop hun salaris. Zoals vakantiegeld, pensioenregeling, bijscholing, maaltijdvergoedingen, en doorbetaling bij ziekte, etc. Dat zijn kosten die je als zzp’er vaak zelf draagt. Maar met deze verplichte opslag van 50% kun jij als zzp’er wél een arbeidsongeschiktheidsverzekering betalen, voor je pensioen sparen en investeren in bijscholing. Of, althans, dat is het idee… 

Het is de vraag of een opslag van 50% genoeg is. Andere bronnen hanteren namelijk hogere zzp-toeslagen! De Tarieventool gaat uit van een zzp-opslag van 83,27% (pagina 12) en volgens de Rekentool is het algemene zzp-opslagpercentage in de culturele sector 69,26% (pagina 7). Hoe komen zij tot deze percentages? Die zijn opgebouwd uit: 

  • Vakantiegeld = 8% | Het is wettelijk bepaald dat werknemers recht hebben op een vakantiebijslag van 8%. Alle cao’s houden zich hieraan.

  • Ziekte en arbeidsongeschiktheid = 12,5% / 14,5% | De precieze hoogte van de basispremie die werkgevers voor hun werknemers afdragen voor arbeidsongeschiktheid verschilt voor grote en kleine werkgevers, en ook premies voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen lopen sterk uiteen. Daarom hanteren de verschillende tools hiervoor verschillende percentages.

  • Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw = 5,32% | De Zorgverzekeringswet (Zvw) verplicht zzp'ers om een inkomensafhankelijke bijdrage te betalen, naast de premie die ze betalen voor hun zorgverzekering. Voor zzp'ers wordt deze bijdrage berekend over de winst uit onderneming. Het percentage voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw kan jaarlijks variëren. Voor 2024 bedroeg dit percentage 5,32% en in 2023 was dat 5,43%. 

  • Pensioen 9,44% / 12% | Zelfstandigen moeten zelf geld wegzetten voor hun pensioen. De Rekentool gaat hiervoor uit van de fiscale oudedagsreserve (FOR) van de Belastingdienst. Die regeling speciaal voor zzp'ers is inmiddels afgeschaft, maar omdat er niets voor in de plaats is gekomen is dit nog steeds de meest duidelijke richtlijn voor hoeveel je ongeveer opzij zou moeten zetten voor je pensioen. Het laatst gehanteerde percentage was 9,44%. Voor werkgevers is de bijdrage aan de pensioenpremie vaak hoger. De Tarieventool zet daarom in op 12%.

  • Niet-declarabele uren = 17% / 25% | Een percentage van de gewerkte uren van een zelfstandige is niet-declarabel. Zoals de uren dat je met je administratie, acquisitie, marketing of bijscholing bezig bent. Er wordt geschat dat de meeste zzp’ers hier 20 tot 30 procent van hun tijd mee bezig zijn. De Tarieventool houdt zich daaraan met 25%, maar Platform ACCT wijkt van de gemiddelden af en rekent slechts 17%. 

  • Algemene bedrijfskosten = 15% / 12,5% | De algemene kosten voor bedrijfsvoering moeten door de zzp’er verrekend worden in het uurtarief. Denk aan de kosten voor je: boekhouder, inventaris (zoals je laptop, speakers en danskleding), acquisitie (flyers, kopjes koffie tijdens netwerkgesprekken), communicatie (telefoonabonnement), etc. Omdat zulke kosten per zzp’er erg kunnen verschillen, is het lastig om er een bedrag aan te koppelen. De regering kwam in het Wetsvoorstel Minimumbeloning Zelfstandigen uit 2019 uit op een percentage van 15%. Platform ACCT houdt zich daaraan, maar de Tarieventool hanteert hiervoor 12,5%.

  • Bijscholing = 1,5% | Het merendeel van de werkgevers voorziet in vergoedingen voor bijscholing. Als zzp’er moet je die kosten meestal zelf betalen. Volgens de Tarieventool is een minimum van 1,5% van het jaarsalaris als toelage voor scholingskosten acceptabel. Opmerkelijk: de Rekentool houdt geen rekening met een opslagpercentage voor bijscholing!

In onderstaande tabel hanteer ik een opslagpercentage van 50% als het minimum zzp-uurtarief en het opslagpercentage van 83,27% als het ideale zzp-uurtarief.

Zzp-uurtarieven voor 2025, berekend op basis van de cao Toneel en Dans.

Vergeet niet te sparen voor je omscholing!

Let op: De Tarieventool en Rekentool houden geen rekening met de specifieke arbeidsomstandigheden van dansprofessionals. Dat wil zeggen: de meeste dansers (en soms ook dansdocenten) gaan vroeg met ‘pensioen’ omdat hun lichaam het werk niet langer kan volhouden. Wanneer dit jou overkomt zal je je waarschijnlijk willen omscholen door nog een opleiding te doen. Misschien wil je fotograaf, journalist, of fysiotherapeut worden. Of wat  jou dan ook interessant lijkt. Maar zo’n opleiding kost geld! Daarom bevat de cao Toneel en Dans een speciale spaarregeling voor dansers: de omscholingsregeling. Je werkgever betaalt dan 6,93% van het bruto maandsalaris (inclusief vakantietoeslag) aan het fonds van Omscholing Dansers Nederland (ODN). Jij als werknemer betaalt 2,32% van het bruto maandsalaris (inclusief vakantietoeslag) aan ODN. Je moet minstens vijf jaar bijdragen aan het ODN-fonds voordat je het geld kunt gebruiken voor je carrièretransitie. 

Wil je als dansdocent zelf een spaarpot beginnen voor omscholing later in je carrière? Zet dan maandelijks zo’n 9% van je inkomen opzij! Of bedenk nu alvast welke opleiding je zou willen doen (en wanneer) en zoek uit wat de kosten daarvoor zijn. Bereken vervolgens hoeveel je maandelijks moet sparen om straks die opleiding te kunnen doen en zet dat bedrag maandelijks in je digitale spaarpotje.

Bron: website Omscholing Dansers Nederland.

zzp-uurtarief inclusief voorbereiding

Rekensom | maandloon : 143 (uur) x 1,5 of 1,83 (zzp-opslag) x 1,55 (voorbereiding)

Wat de Tarieventool bijzonder maakt is dat daarin wél rekening wordt gehouden met voorbereidingstijd (de Rekentool doet dat niet). Zelfstandige kunstprofessionals in cultuureducatie en amateurkunst hebben namelijk te maken met allerlei bijkomende werkzaamheden die niet of slechts deels worden vergoed. Zo ook dansdocenten! Denk aan:

  • het maken van lesmateriaal, 

  • het zoeken naar muziek, 

  • het maken van choreografieën voor de eindvoorstelling, 

  • het aanwezig zijn bij de eindvoorstelling én alle repetities,

  • deelnemen aan vergaderingen,

  • contactmomenten met cursisten bij het verzorgen van workshops, 

  • contactmomenten met de ouders van leerlingen,

  • het maken (of kopen) van kostuums,

  • het schrijven van rapporten, 

  • het maken van foto’s en video’s, 

  • de reistijd naar de studio toe (en weer naar huis),

  • het schoonvegen van de studio en het afwassen van de kopjes, 

  • het openen en afsluiten van de studio,

  • enzovoorts! Wat doe jij allemaal zonder vergoeding?

Als je al die uren bij elkaar optelt, kan het percentage niet-declarabele uren bij dansdocenten enorm oplopen! Op die manier is het wel heel moeilijk rondkomen. Zoals je vast al hebt ervaren… 

Daarom adviseert de Tarieventool om in ieder geval de voorbereidingstijd mee te nemen in je uurtarief voor het lesgeven - en wij sluiten ons bij dit advies aan!!! Dat doe je zo: het opslagpercentage is de verhouding tussen de tijd besteed aan bijkomende werkzaamheden en de tijd besteed aan de hoofdwerkzaamheden. Bijvoorbeeld: bij het verzorgen van kunstlessen wordt gemiddeld 35,44% van de tijd die in de opdracht gaat zitten besteed aan bijkomende werkzaamheden en 64,56% aan de hoofdactiviteit - zo blijkt uit de Tarieventool. Voor elk uur dat daadwerkelijk een workshop wordt gegeven, is er dus 35,44 : 64,56 = 0,5490 uur aan bijkomende werkzaamheden. Dat is ongeveer 33 minuten. In totaal wordt er dus 1 + 0,55 = 1,55 uur gewerkt. Er is dan bij het uurtarief een opslag nodig van 55%.

Zo berekend is het minimale uurtarief voor dansdocenten € 48,34 (met 0 jaar werkervaring). Het ideale uurtarief is dan € 59,06 (met 0 jaar werkervaring). Wij adviseren dansschoolhouders dus dat zij hun docenten nooit minder betalen dan €48,34 per lesuur. 

Onze adviestarieven voor dansdocenten (in de roze kolom). De voorbereidingsopslag van 55% hebben we ook toegevoegd aan de uurtarieven van de andere functies. Al is de vraag of daar spraken is van evenveel onbetaalde voorbereiding.

zzp-uurtarief jaarcursus & korte cursus

Rekensom | maandloon : 143 uur x 1,5 / 1,83 x 1,55 + flexicurity

Wat de Rekentool dan weer bijzonder maakt is dat daarin rekening wordt gehouden met de duur van de opdracht (de Tarieventool doet dat niet). Het cao-loon van werknemers gaat immers uit van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een fulltime dienstverband, maar de meeste zzp’ers worden slechts tijdelijk ingehuurd of voor maar een paar dagdelen per week. En dansdocenten zijn in de schoolvakanties vaak verplicht vrij… Dat brengt hun inkomen in gevaar! Bijvoorbeeld: een dansdocent die gevraagd is op de dinsdagavond tien weken achtereen een korte cursus moderne dans te geven, kan niet op diezelfde avond een jaar lang ergens anders lesgeven. Of een intensieve klus van een hele week of maand aannemen als de tijden daarvan overlappen met de dansles.

Om het mislopen van andere klussen bij het kortdurende of beperkt inzetten van een opdrachtnemer te compenseren, dient het uurtarief in zulke gevallen nog hoger te zijn. Dit heet ‘flexicurity’. Hoe meer de opdracht het aannemen van andere opdrachten in gevaar brengt, des te hoger je opslag! De Rekentool gaat uit van de volgende percentages:

De duur van het contract is beperkt van:

  • 1 t/m 7 dagen: 50% opslag

  • 8 dagen t/m 1 maanden: 25% opslag

  • 1 maand t/m 6 maanden: 15% opslag

  • 7 t/m 12 maanden: 10% opslag

Het aantal dagen per week is beperkt tot:

  • een dagdeel: 50% opslag

  • 1 dag: 25% opslag

  • 2 dagen: 15% opslag

  • 3 dagen: 10% opslag

Oftewel… Stel dat je maar één dagdeel in de week voor een bepaalde dansschool werkt, zou je uurtarief voor die opdrachtgever 50% hoger moeten zijn. Dus als je als startende dansdocent bij een dansschool maar één avond krijgt, zou je uurtarief niet € 48,34 moeten zijn, maar € 72,51 !!! Dat zul je niet krijgen, dat weten we, maar dit is wél een eerlijker tarief. Een meer realistische situatie is wanneer je flexicurity toepast als je wordt gevraagd om ergens eenmalig een workshop of masterclass te verzorgen, want ook dan mag je je uurtarief met 50% verhogen.

Zzp-uurtarieven voor 2025 wanneer de duur van het contract beperkt is.

Zzp-uurtarieven voor 2025 wanneer het aantal dagen per week beperkt is.

zzp-tarief workshop of masterclass

Rekensom halve dagprijs | maandloon cao x 1,50 : 20
Rekensom dagprijs | maandloon cao x 1,50 : 10

Een andere manier om je prijs voor een workshop of masterclass te berekenen is om uit te gaan van een (halve) dagprijs. De cao Toneel & Dans biedt daarvoor de volgende rekensom: 

  • 1/20 van het van toepassing zijnde maandsalaris, als het gaat om een werkdag bestaande uit een opdracht van een dagdeel 

  • 1/10 van het van toepassing zijnde maandsalaris, als het gaat om een werkdag bestaande uit meerdere dagdelen en/of een voorstelling.

Op basis van deze berekening zou je als dansdocent voor een workshop van 1-4 uur minimaal € 222,98 mogen rekenen, en voor een training van een hele dag minimaal € 445,95. Je krijgt dan net iets meer betaald dan wanneer je je minimum uurtarief met 4 of 8 uur zou vermenigvuldigen. 

Aanbevolen (halve) dagprijzen voor 2025.

Ook de cao Toneel en Dans heeft dus richtlijnen voor flexicurity, richtlijnen die zelfs positiever uitvallen… In bijlage 3 van de cao staat dat het tarief verhoogd - of zelfs verdubbeld - dient te worden wanneer een werknemer niet voltijd wordt ingehuurd, maar voor een paar losse dagdelen of dagen, gedurende een paar weken of een maand. De richtlijn is bedoeld voor situaties waarin repetitie- en/of speeldata van een productie niet in een aaneengesloten contractperiode vallen en waarbij de werkzaamheden plaatsvinden op losse dagen en/of in clusters van enkele dagen waartussen langere periodes van meerdere dagen of weken vrijvallen.

Dagcontracten: Als je één dagdeel werkt, mag je een hele dag (twee dagdelen) in rekening brengen. En wanneer je één losse dag werkt, mag je twee dagen in rekening brengen. Dus als je één dag of minder wordt ingehuurd, verdubbelt je tarief. 

Weekcontracten: Werk je gedurende één of twee weken meerdere dagen per week voor een opdrachtgever, dan krijg je een weekcontract en mag je 0,2 fte (één dag) extra in rekening brengen. Dus als je twee dagen per week werkt, mag je drie dagen in rekening brengen. Wanneer je drie dagen per week werkt, mag je vier dagen in rekening brengen. En wanneer je vier dagen per week werkt, mag je vijf dagen in rekening brengen. Werk je vijf dagen? Dan geldt er geen extra opslag bij een weekcontract. 

Maandcontracten: Wanneer je aan een project meewerkt dat drie tot vier weken duurt, maar je wordt niet voltijd ingehuurd, dan krijg je een maandcontract en mag je 0,2 tot 0,3 fte extra in rekening brengen. Dus als je in de loop van 3-4 weken 6 tot 9 dagen werkt, breng je 0,2 fte extra in rekening (dat staat gelijk aan 1 dag per week). En als je in de loop van 3-4 weken 10 tot 14 dagen werkt, breng je 0,3 fte extra in rekening (dat staat gelijk aan 1,5 dag per week). En wanneer je meer dan 15 dagen (drie werkweken) in één maand voor een opdrachtgever werkt, krijg je voor een hele maand betaald (1fte). 

Advies Dansbelang

Als dansdocent kan je op veel verschillende plekken werken; dat is een van de factoren die ons vak zo boeiend maakt. Maar tegelijkertijd roept het veel vragen op over de uurtarieven voor zzp’ers, zoals wij als beroepsorganisatie ook vaak merken. Daarom is het enorm fijn dat Jacqueline de Kuijper van Dansdocent.nu nu deze vragen heeft beantwoord en de verschillende uurtarieven in een helder overzicht heeft geplaatst. En die echt eerlijke bedragen liegen er niet om! 

Natuurlijk is de realiteit hardnekkig. We weten dat het geld ook bij dansschoolhouders niet tegen de plinten klotst. Maar we roepen het werkveld op om een eerlijke beloning van dansprofessionals toch mogelijk te maken. Goede dansdocenten zijn hun rechtvaardige uurbedrag meer dan waard. Misschien zal dit betekenen dat de lesgelden voor leerlingen omhoog moeten gaan. En om te voorkomen dat bepaalde leerlingen hun lessen dan niet meer kunnen betalen, zal er misschien vaker een beroep moeten worden gedaan op een overheidsregeling als het Jeugdfonds Sport en Cultuur. 

Maar het is tijd om de dansprofessionals te geven wat hen toekomt. Te lang zijn zij het sluitstuk van de begroting geweest! Laten we met z’n allen proberen om de minimale uurtarieven uit dit overzicht te hanteren, en wie weet verschijnen de ideale tarieven dan ook binnenkort aan de horizon.
— Saskia Sap, voorzitter Dansbelang

Bronnen


ONDERNEMERSCHAP & MARKETING

Voor het dansdocentschap heb je gekozen. Het ondernemerschap krijg je daar zomaar bij… Niet altijd gewenst, en soms behoorlijk complex. De vrijheid van het freelancen is fijn, maar belastingaangiften, administratie, klantenwerving en steeds weer politieke veranderingen leiden tot kopzorgen. Daar helpen wij je graag bij! Onze redacteuren Ondernemerschap & Marketing helpen dansdocenten en dansschoolhouders hun zelfstandige onderneming of bedrijf te laten groeien en financieel gezond te laten zijn. Aan de hand van toegankelijke stappenplannen en voorbeelden leer je over alle praktische zaken waarmee dansondernemers te maken krijgen - en hoe jij daarin onderscheidend kan zijn!

Jacqueline de Kuijper

Jacqueline de Kuijper is de oprichter en hoofdredacteur van Dansdocent.nu. Ze studeerde in 2013 af met een master in Dance aan Mills College in Californië. Daarvoor studeerde ze dans- en theaterwetenschap, kunstgeschiedenis, filosofie en psychologie aan University College Utrecht. Na haar afstuderen schreef ze voor Dans Magazine en werkte ze als pilatesdocent in Utrecht. Haar scherpe pen en onderzoekende geest zet ze sinds 2019 in om dansdocenten te informeren en inspireren met Dansdocent.nu.