Zzp, loondienst of payrolling? Marlie Salomé zoekt uit wat te doen met de wet DBA
Foto door Ate Swier fotografie
ONDERNEMERSCHAP | Mogelijk kan jij straks je werk als dansdocent niet meer uitvoeren als zzp’er. Dat komt door wijzigingen in de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). In haar vorige artikel zocht dansdocent Marlie Salomé uit in welke gevallen dat zo is. In dit artikel geeft ze antwoord op de vragen: Is in loondienst gaan financieel nadelig of juist gunstig? En hoe zit dat met payrolling? Ontdek wat de beste uitkomst biedt én leer daarbij alles over loonheffing, secundaire arbeidsvoorwaarden en meer!
Geen zzp’er meer?
In mijn vorige artikel zocht ik uit welke gevolgen de wijzigingen van de wet DBA hebben voor mijn beroepspraktijk als dansdocent. Ik zoomde vooral in op één casus, namelijk de wekelijkse danslessen (2 uur in totaal) die ik geef bij een turnvereniging. Door de wetswijzigingen vindt het bestuur van die vereniging het te risicovol om mij nog op zzp-basis voor hen te laten werken, maar ze zijn blij met me en willen graag met me verder! Omdat we beiden niet direct wisten hoe we dit konden oplossen, gingen we samen op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe dan nu verder?
In mijn vorige artikel gaf ik enkele handvatten om zzp'er te kunnen blijven. De belangrijkste zijn het verhogen van je minimum uurtarief (boven € 33), het hebben van meerdere opdrachtgevers, het aannemen van korte opdrachten, en het hebben van weinig (vaste) uren per week. Maar in sommige gevallen is dat nog steeds niet voldoende, omdat de inhoud van het werk toch te veel lijkt op werk in loondienst. Zoals voor mij het geval is bij de turnvereniging, onder andere omdat ik vaste werktijden heb en de inhoud van de lessen moet afstemmen op het turnprogramma (voor de uitgebreide ‘waarom’ lees je mijn vorige artikel).
In dit geval moet de arbeidsrelatie daarom anders worden vormgegeven. Dat kan op twee manieren: Optie A) Ik ga in loondienst bij de turnvereniging.
Optie B) Ik ga in loondienst bij een tussenpersoon (intermediair) zoals een payrollbedrijf. Het payrollbedrijf is dan mijn werkgever, maar ik behoud mijn eigen werving en selectie. Als ik op een dansschool wil gaan lesgeven kan ik nog steeds zelf dit contact leggen, maar vervolgens stel ik voor het dienstverband te laten verlopen via een payrollbedrijf. Dat is dan alleen mijn werkgever voor de administratie, inhoudelijk bemoeien zij zich niet met het werk. Dat gaat nog steeds tussen mij en de dansschool.
In dit artikel zoom ik in op beide opties voor samenwerking en kijk ik wat dit betekent voor mijn inkomsten als dansdocent. We weten allemaal dat het uurtarief van een zzp’er hoger ligt dan het uurloon van iemand in loondienst. Hoe kan het dan voor ons rendabel zijn om het huidige werk opeens voor ‘minder’ uit te voeren? Lees verder om te ontdekken of in loondienst treden of je bij een payrollbedrijf aansluiten voor jou een optie is. Ik heb namelijk alle voor- en nadelen voor je uitgezocht. Dat was geen ‘makkelijke’ speurtocht, maar wel eentje met een verassende uitkomst!
Wat verdien ik als zzp’er?
Als werknemer in loondienst kan je meestal terugvallen op een cao. Deze collectieve arbeidsovereenkomsten geven richtlijnen voor onder andere het minimumloon. Soms staan er in een cao ook richtlijnen voor de vergoedingen van zzp’ers. Zo staat in de cao Toneel en Dans dat zzp’ers minimaal 50% méér moeten verdienen per uur dan werknemers in loondienst. Dat klinkt veel, maar dat valt best tegen. Als ondernemer ben je namelijk zelf verantwoordelijk voor je sociale verzekeringen, secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals vakantiedagen, kennistrainingen en betaald ziekteverlof) en bedrijfskosten. En niet te vergeten je niet-declarabele uren zoals administratie, werving en bijscholing. Volgens sommige rekentools voor zzp’ers in de culturele sector is die 50% dus niet genoeg, en moet je als zzp’er zelfs 69,26% of 83,27% meer verdienen dan in loondienst.
Onze hoofdredacteur Jacqueline de Kuijper is vorig jaar al voor je in dit onderwerp gedoken en is tot de conclusie gekomen dat een zelfstandige dansdocent sinds 2024 minimaal € 53,87 per uur mag vragen (zie ook onze adviestarieven voor 2025). In dit uurtarief zit de 50% opslag die de cao Toneel en Dans voorstelt verwerkt én compensatie voor kortdurende opdrachten (dit heet ‘flexicurity’). Wat nog ontbreekt in dit uurtarief is compensatie voor de voorbereiding van danslessen, die veelal niet vergoed wordt. Daarom wordt in de Handreiking Tarieventool voor zelfstandige kunstprofessionals een nog hoger uurtarief voorgesteld voor kunstdocenten. Namelijk minimaal € 57 per uur voor lessen in de amateurkunst en minimaal € 75 voor lessen in het reguliere onderwijs (wanneer de voorbereiding dus niet apart gefactureerd wordt). De cao Toneel en Dans zelf stelde voor dansdocenten in 2024 een minimum zzp-uurtarief van € 30,13 voor (dit is € 31,18 in 2025). Hierin zit enkel de 50% zzp-opslag verwerkt en geen andere compensaties.
Belastbaar inkomen
Ik zal in dit artikel uitgaan van de € 53,87 per uur die onze hoofdredacteur voorstelde in 2024 (voor 2025 mag je hier een inflatiecorrectie van 3,5% bij optellen). Dit is echter niet je netto inkomen, want je draagt als zzp’er natuurlijk een deel hiervan af aan de inkomstenbelasting. De hoogte van je inkomstenbelasting wordt bepaald door het belastingtarief dat in dat jaar geldt: hoe hoger je winst, hoe meer belasting je betaalt. Ook daarin verandert er iets in 2025. We gaan namelijk van twee ‘schijven’ naar drie schijven. Die schijven bepalen hoeveel belasting jij betaalt over je inkomen uit werk (MKB Servicedesk, 2024).
In 2024 zag dit er zo uit:
Schijf 1: belastbaar inkomen lager dan € 75.518 = 36,97% inkomstenbelasting
Schijf 2: belastbaar inkomen hoger dan € 75.518 = 49,50% inkomstenbelasting
In 2025 komt het er zo uit te zien:
Schijf 1: belastbaar inkomen lager dan € 38.441 = 35,82% inkomstenbelasting
Schijf 2: belastbaar inkomen tussen € 38.441 en € 76.817 = 37,48% inkomstenbelasting
Schijf 3: belastbaar inkomen hoger dan € 76.817 = 49,50% inkomstenbelasting
Oftewel, de meeste dansers en dansdocenten gaan er in 2025 dus ietsje op vooruit. Volgens de Cultuurmonitor maken de meeste ondernemers in de culturele sector namelijk niet meer dan € 5.000 tot € 8.000 omzet per kwartaal. Zij vallen dus in schijf 1 (degenen die minder dan € 38.441 belastbaar inkomen per jaar hebben) en gaan in 2025 1,15% minder inkomstenbelasting betalen. Het zijn de mensen in schijf 2 die pas echt profijt gaan hebben van deze wijziging: degenen die in 2025 tussen de € 38.441 en € 76.817 belastbaar inkomen hebben gaan maar liefst 12,02% minder inkomstenbelasting betalen! Hierbovenop draag je in 2025 nog 5,26% van je belastbare inkomen af aan de verplichte inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (dit was 5,32% in 2024).
Even ter opfrissing: Je ‘belastbare inkomen’ staat voor jou als zzp’er niet gelijk aan je omzet, want je mag nog gebruikmaken van bepaalde aftrekposten. Zoals de kostenaftrek, de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de zelfstandigenaftrek, en de startersaftrek. Omdat die bedragen voor iedereen verschillend zijn, is het moeilijk hier een rekenvoorbeeld te geven van hoeveel je precies overhoudt van je uurtarief. Om toch een grove richtlijn te bieden, laat ik de aftrekposten even buiten beschouwing en ga ik uit van belastingschijf 1. Je houdt van je zzp-uurtarief van € 53,87 dan netto € 31,74 over, want € 53,87 - 35,82% - 5,26% = € 31,74
Besteedbaar inkomen
Wanneer je de aftrekposten wel toepast, houd je dus iets meer dan € 31,74 over. Daarnaast zorgt de algemene heffingskorting ervoor dat je iets meer overhoudt! De algemene heffingskorting is een vastgesteld bedrag waarover je geen inkomstenbelasting hoeft te betalen. In 2025 is dit € 3.068 als je minder verdient dan € 28.406, en dit bedrag wordt dit geleidelijk minder naarmate je meer verdient dan dat. Deze korting geldt voor iedereen! Wanneer je in loondienst werkt krijg je die dus ook (hierover later meer), alleen wordt die dan maandelijks verrekend in plaats van één keer per jaar bij je belastingaangifte.
Maar… houd er wel rekening mee dat jij als zzp’er vervolgens zelf nog de kosten voor vakantietoeslag, pensioenopbouw, arbeidsongeschiktheid enzo moet wegsluizen naar spaarpotjes op je bankrekening. Want als je dat niet doet en dat geld uitgeeft, kom je in de toekomst in de problemen! Als je verantwoord spaart en een derde van je netto inkomen opzij zet (dat is die 50% zzp-opslag), houd je € 21,16 per lesuur over aan besteedbaar inkomen.
In mijn geval houd ik nog wat minder over… Want tot nu toe factureerde ik niet de € 53,87 per uur die onze hoofdredacteur voorstelde, maar slechts € 40 per uur. Meer was voor mijn opdrachtgever helaas niet haalbaar. In plaats van € 21,16 houd ik dus (als het me zou lukken om een derde opzij te zetten zoals geadviseerd) maar € 15,70 per lesuur over. Eigenlijk bizar om dat zo op papier te zien! Zo klinkt in loondienst gaan nog niet eens zo slecht. Maar is dat ook zo?
Wat verdien ik in loondienst?
In loondienst verdien je (hoogstwaarschijnlijk) dat wat de werkgever jou op basis van de cao moet betalen. Dit bedrag is vele malen lager dan dat van een zelfstandig ondernemer, omdat de werkgever verantwoordelijk is voor het afdragen van de bedragen voor jouw sociale verzekeringen en secundaire arbeidsvoorwaarden (zoals pensioenopbouw, reiskostenvergoeding en bijscholing). Deze kosten hoef jij dus niet meer af te dragen, want dit zit al in je bruto loon verrekend. Bovendien heb je in loondienst extra voordelen. Volgens de cao heb je als werknemer in loondienst recht op vrije weekenddagen, betaalde vakantie- en ziektedagen, atv-dagen (roostervrije dagen), en je bent vrij op nationale feestdagen.
Toch voelt het verschil, ook met deze kennis, groot. Van de hierboven genoemde € 53,87 per uur naar bijvoorbeeld € 20,09 (in het geval van de cao Toneel en Dans 2024). Of in mijn scenario bij de turnvereniging: € 16 bruto per uur. Dat is het uurloon voor de overige trainers bij deze turnvereniging en dat zou dan ook mijn uurloon worden (volgens de cao voor Sportverenigingen was het minimum uurloon € 13,67 in 2024). Ook goed om te beseffen: de werkgever heeft nog personeelskosten bovenop het brutoloon. Dat is volgens de turnvereniging in hun geval 25%. Ik kost de turnvereniging dus niet € 16 per uur maar € 20 per uur. De turnvereniging doet niet aan pensioenopbouw, daarom ligt dit percentage wat lager dan bij de meeste werkgevers (en bij payrolling, zoals ik verderop laat zien). Meestal bedragen de personeelskosten 30% (Sazas, z.d.).
Wat is mijn bruto uurloon?
Het kan natuurlijk ook dat jouw werk valt onder onderwijs of kinderopvang. Dan geldt voor jou een andere cao! Wil jij weten wat je uurloon zou zijn als je in loondienst gaat? Dan deel je het maandloon uit de betreffende cao door 143 uur (Kunstenbond, z.d.), of door een ander aantal uren als de desbetreffende cao dat voorstelt, afhankelijk van hoeveel uur in die sector als een voltijd werkweek wordt gezien. Een andere handige rekensom is om je maandloon om te rekenen naar een weekloon, en dat weekloon naar een uurloon (Indeed, 2024). Je berekent je weekloon door je maandloon x 3 (maanden) te doen, en dat totaal te delen door 13 (weken). Vervolgens bereken je je uurloon door je weekloon te delen door het aantal uren dat je per week werkt (bij een fulltime dienstverband). De logica achter deze rekensom is dat niet iedere maand uit evenveel (werk)dagen bestaat, maar 3 maanden wel altijd 13 weken zijn.
Dat loon is afhankelijk van hoe ervaren je bent en welke verantwoordelijkheden je hebt. Hoe meer werkervaring en verantwoordelijkheden je hebt, hoe meer je verdient. Vandaar dat ik je hier geen kant-en-klaar uurloon voor jouw situatie kan berekenen. Maar als je wél als dansdocent voor een dans- of theatergezelschap in Nederland werkt is jouw uurloon op basis van de cao Toneel en Dans in 2025 minimaal € 20,97 (dit minimumloon geldt voor dansdocenten met minder dan één jaar werkervaring).
Laat je voorbereidingstijd uitbetalen!
Wellicht helpt dit: in loondienst is je arbeidsduur het gemiddelde aantal uren dat je wekelijks werkt en waarvoor je wordt betaald. En laten we nou eerlijk zijn: jij bent niet alleen aan het werk wanneer je daadwerkelijk lesgeeft, maar óók wanneer je deze lessen voorbereidt. Tot nu toe rekende ik deze voorbereidingstijd niet mee als ik mijn opdrachtgevers factureerde. Dat zou wel moeten, maar helaas blijkt het in de praktijk voor veel opdrachtgevers niet haalbaar om ook die uren te betalen. Maar omdat het uurtarief in loondienst zoveel lager ligt, zal ik wanneer ik in dienst treedt bij de turnvereniging in onderhandeling moeten gaan over het aantal uren waarvoor ik gecontracteerd word, anders houd ik niets over! Ik laat mezelf dan weliswaar minder per uur uitbetalen, maar krijg wel voor meer uren betaald.
Volgens onderzoek van Platform ACCT komt bij een uur lesgeven gemiddeld genomen 33 minuten (= 0,55 uur) voorbereidingstijd kijken. Deze voorbereidingstijd kan verschillen per sector en type opdracht, zoals het basisonderwijs of repetities met een professionele groep, dus check hiervoor de Handreiking Tarieventool op pagina 13. Terug naar mijn eigen voorbeeld... Als ik per week twee uur les geef bij de turnvereniging heb ik dus 2 x 0,55 uur = 1,10 uur aan voorbereidingen. Tel deze voorbereidingsuren op bij de lesgeef-uren en je komt neer op 3,10 uur. Afgerond zou ik dan voorstellen een arbeidsovereenkomst aan te gaan voor 3 uur in de week. En 3 uren x € 16 per uur geeft € 48 per week voor de 2 gegeven lesuren. Dit komt dus neer op € 24 bruto per lesuur. Daar komt bij dat ik in loondienst vakanties krijg doorbetaald. Op hoeveel vakantie je precies recht hebt is gekoppeld aan je aantal uren en is afhankelijk van de cao.
Wat is mijn netto uurloon?
Van mijn brutoloon gaat nog wel wat af. De werkgever houdt maandelijks loonbelasting en premies volksverzekeringen in (de eerder benoemde 35,82%). Ik krijg dus minder dan € 16 per uur (bruto), namelijk ongeveer € 10,27 per uur (netto). Tenzij ik de loonheffingskorting toepas (zie volgende paragraaf)! Bovendien krijg ik bij de turnvereniging per jaar 8% vakantietoeslag. Als ik dat doorbereken in mijn uurtarief, kom ik op een bruto uurloon van € 17,28 en een netto uurloon van € 11,09 uit. Ook krijg ik per kalenderjaar vier keer mijn aantal uren per week als vakantie. Oftewel: ik kan 3 x 4 = 12 uren vakantie opnemen die ik wél krijg doorbetaald. Dus eigenlijk heb ik in loondienst ook nog een ‘bonus’ van netto 12 x € 11,09 = € 133,08 per jaar! En ik krijg reiskostenvergoeding, maar die kreeg ik als zzp’er ook.
Deze uren heb je als zzp dansdocent vaak al geforceerd vrij (op feestdagen en in schoolvakanties is de dansschool vaak dicht), maar krijg je niet uitbetaald. Omdat de turnvereniging een topsportvereniging is, trainen zij in de vakanties door, dus ligt dat bij mij net even anders. Maar betaalde vakantiedagen zijn natuurlijk hoe dan ook welkom!
Mijn netto uurloon van € 11,09 is volledig vrij besteedbaar. Dat wil zeggen, de belastingdienst komt daar niks meer vanaf halen. Maar of ik dan ook echt niks opzij hoef te zetten voor later? Dat ligt een beetje aan de afspraken die zijn gemaakt met de sector en de werkgever. Voor uitvoerend dansers geldt bijvoorbeeld de omscholingsregeling, die stelt dat van je bruto loon een klein deel opzij wordt gezet voor omscholing (omdat dansers zo vroeg met ‘pensioen’ moeten). Voor dansers die werk doen voor werkgevers die onder de cao Toneel en Dans vallen wordt er dus bovenop de loonheffingen nog eens 2,32% ingehouden. De werkgever betaalt ook mee aan deze regeling, zij betalen nog eens 6,93% die niet van jouw brutoloon afgaat. Dit zijn dus extra personeelskosten voor hen. Dit geld wordt in de spaarpot van het fonds van Omscholing Dansers Nederland gestopt (ook freelancers kunnen aan deze regeling deelnemen) en komt beschikbaar wanneer je stopt met dansen, mits je minimaal vijf jaar aan de regeling hebt meegedaan en premies hebt afgedragen. Ik heb als docent bij de turnvereniging dit voordeel niet, dus wil ik misschien zelf geld opzij zetten om me later te kunnen om- of bijscholen.
Ook is in mijn situatie nog geen rekening gehouden met een eventuele pensioenregeling, want de turnvereniging doet daar dus niet aan. Dus ook daarvoor zou ik zelf nog wat weg moeten zetten, of ik moet gaan onderhandelen voor een iets hoger uurtarief. Lukt het me wél om de werkgever ook mijn pensioenpremie te laten betalen, dan houd ik daadwerkelijk € 11,09 per uur over. En dat is in mijn geval iets meer dan de € 15,70 per lesuur die ik als zzp’er netto overhield (als het me zou lukken om verantwoordelijk te sparen…). Want ik houd in loondienst 3 x € 11,09 = € 33,27 per week over en als zzp’er maar 2 x € 15,70 = € 31,40 .
Voor mij is in loondienst gaan bij de turnvereniging dus een kans om mijn voorbereidingstijd ook betaald te krijgen. Ik verricht geen onbetaald werk meer, ik houd meer over, én ik profiteer dan van de bijkomende voordelen en zekerheden van loondienst! In mijn geval dus vakantiegeld en vakantiedagen, en doorbetaling mocht ik arbeidsongeschikt worden verklaard door een bevoegde arts. Dit is waar de overheid op doelt wanneer zij zeggen dat ze kwetsbare zzp’ers juist willen beschermen door hen (en hun werkgevers) met de wet DBA te dwingen in loondienst te gaan. Bovendien hoef ik dan voor deze opdracht geen administratie en belastingaangifte meer te doen.
Vergeet de loonheffingskorting niet…
Het kan zijn dat je in loondienst direct wat meer overhoudt, afhankelijk van of je de loonheffingskorting toepast. Dat is de maandelijkse verrekening van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. In loondienst wordt deze korting meteen per maand in je loon verrekend in plaats van pas wanneer je jouw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting doet. Daarom spreken we hier van ‘loonheffingskorting’ in plaats van ‘algemene heffingskorting’. Maar let op: de loonheffingskorting kun je maar ‘aan’ zetten bij één werkgever. En als je de loonheffingskorting laat toepassen in loondienst, heb je géén recht meer op de algemene heffingskorting als zzp’er.
De loonheffingskorting is dus alleen relevant als je méér verdient in loondienst/payrolling dan als zzp’er. Dat is in mijn geval niet zo, want het grootste deel van mijn opdrachten blijf ik als zzp’er doen. Van mijn boekhouder en fiscalist heb ik geleerd dat ik deze korting daarom ‘uit’ moet zetten. Dat wil zeggen dat de korting niet wordt verrekend bij de maandelijkse uitbetaling van mijn loon. Dat vinden zij verstandiger omdat als je de loonheffingskorting wel laat toepassen en achteraf bij je aangifte inkomstenbelasting blijkt dat je te veel korting hebt toegepast, dan moet je het verschil terugbetalen. En dat is natuurlijk niet leuk!
Zou ik wel het grootste deel van mijn inkomen bij deze turnvereniging verdienen, dan zou ik de loonheffingskorting dus wel toepassen. Mijn netto uurloon zou dan hoger zijn en dichter bij mijn bruto uurloon van € 16 per uur zitten.
Wat is payrolling?
Payrolling is andere een manier om (kleine) klussen aan te nemen zonder zzp’er te hoeven zijn/worden en om de risico’s van de wijzigingen van de wet DBA te omzeilen. Bij payrolling is er namelijk sprake van een driehoeksverhouding tussen jou, de opdrachtgever en het payrollbedrijf. In de praktijk verricht je je werkzaamheden bij de opdrachtgever (in mijn geval, de turnvereniging). Maar de afspraken rondom deze werkzaamheden worden vastgelegd in een arbeidsovereenkomst tussen jou en het payrollbedrijf. En de opdrachtgever heeft een dienstverleningsovereenkomst met het payrollbedrijf (oftewel, het payrollbedrijf factureert de turnvereniging, niet ik). Je kan dus zeggen dat jij als het ware in loondienst bent bij het payrollbedrijf, want op papier zijn zij jouw werkgever. Payrolling kan met én zonder KvK-inschrijving.
Payrolling is dus een manier van het beschikbaar stellen van personeel. Je kunt een payrollbedrijf vergelijken met een uitzendbureau, want alle overeenkomsten en betalingen lopen via het payrollbedrijf. Maar waar bij een uitzendbureau ook de werving en selectie via hen loopt, geldt dat voor een payrollbedrijf niet! Ik als dansdocent werf namelijk zelf de dansschool waar ik les wil geven (of zij mij). Daar heeft het payrollbedrijf niks mee te maken, maar ik laat dus wel de administratie en betaling via hen lopen. Ze ontzorgen daarmee de dansschool en mij en ze bevrijden mij van de risico’s van zzp'er zijn (wanneer ik al mijn klussen via payrolling doe).
Voor de dansschool ziet payrolling er niet zo heel anders uit dan wanneer jij als zzp’er voor hen werkt. Het payrollbedrijf factureert het afgesproken uurtarief en aantal uren aan de dansschool. Eigenlijk precies wat jij als zelfstandig ondernemer ook zou doen! Alleen is nu niet de dansschool, maar het payrollbedrijf verantwoordelijk voor de loondienst administratie en andere personeelszaken. De dansschool hoeft alleen de factuur te betalen en heeft verder geen kopzorgen. Daarom kan payrolling uitkomst bieden voor dansschoolhouders die zich zorgen maken om de wet DBA en bang zijn voor boetes. Het is namelijk een manier om dansdocenten soort van in loondienst te nemen, zonder zelf te hoeven weten wat daar allemaal bij komt kijken.
Ook jij hoeft je eigen administratie in dit geval niet meer te doen (althans, niet voor de klus die via een payrollbedrijf loopt). Als werknemer (medewerker) bij het payrollbedrijf heb je net als in loondienst een contract. Alleen is dit vaak een wat breder contract. Bijvoorbeeld voor 12 tot 128 uur per maand, wat je kunt lezen als minstens 12 uur per 4 weken. Dat betekent dat het payrollbedrijf jou minimaal die 12 uur moet uitbetalen, ook als je minder hebt gewerkt. Via payrolling mag je namelijk maar één jaar een nulurencontract worden geboden. Na dat jaar krijg je recht op een vast aantal werkuren: het gemiddeld aantal uren van de afgelopen twaalf maanden (Tentoo, z.d.).
Payrolling is wat dat betreft net iets meer ingericht op flexibel werken. Dat maakt het makkelijker om bijvoorbeeld een lesje over te nemen van een zieke collega. Die extra uren geef je dan gewoon op in het administratieprogramma van het payrollbedrijf. In loondienst kun je ook extra uren maken, dan moet jouw werkgever dat zelf doorvoeren in je betaling van die maand. Dat is soms wat ingewikkelder omdat voor ‘overuren’ (uren buiten je contract) andere regels kunnen gelden. Bijvoorbeeld dat je er méér betaald voor moet krijgen. Of dat je ze niet uitbetaald krijgt, maar later kunt opnemen als vakantie. Of juist dat er een aantal onbetaalde overuren van je mogen worden verwacht (Indeed, 2025). Verwacht je dus af en toe een lesje in te vallen, of bijvoorbeeld rond de voorstellingsperiode meer uren te maken? Let dan in loondienst goed op wat je afspreekt over overuren!
Bij payrolling krijg je dus, net als zzp’er, alleen uitbetaald voor de gewerkte uren (op basis van een rekensom waar ik straks verder op in ga maar nog steeds kronkels van in mijn hersenen krijg…). Naast het uitbetalen van jouw nettoloon is het payrollbedrijf ook verantwoordelijk voor jouw salarisstroken, jaaropgaven, vakantieregelingen en arbeidsvoorwaarden.
Wat verdien ik bij payrolling?
De dansschool betaalt, afhankelijk van wat je precies hebt onderhandeld, hetzelfde bedrag aan het payrollbedrijf dat jij eerst als zzp’er factureerde. Het payrollbedrijf haalt van dit bruto tarief inhoudingen af. Die inhoudingen worden gebruikt voor belastingen en sociale verzekeringen (waar je ook als zzp’er mee te maken hebt bij je aangifte inkomstenbelasting). Bij payrolling ontvang je dus net als in loondienst een nettoloon. Maar… er wordt door het payrollbedrijf óók geld ingehouden voor secundaire arbeidsvoorwaarden als vakantiegeld en pensioenopbouw. In loondienst betaalt de werkgever deze kosten nog bovenop jouw loon, in plaats van ze eraf te halen. Bovendien (en daar zit het tweede addertje) houdt het payrollbedrijf een marge in voor hun dienstverlening. Bij payrollbedrijf Bruuk, waarmee ik contact heb gehad, was dit € 1,50 per uur. De precieze hoogte van die marge kan verschillen afhankelijk van het aantal uren dat je werkt (en bij welk payrollbedrijf) en krijg je pas te zien wanneer je een offerte aanvraagt.
Het lastige is dat die inhoudingen per situatie kunnen verschillen. De aftrek kan variëren afhankelijk van de sector en de arbeidsvoorwaarden die worden meegenomen, zoals vakantiegeld, pensioenopbouw en sociale premies. En of je de loonheffingskorting toepast. Daarom werken payrollbedrijven met verschillende omrekenfactoren. Daarmee berekenen zij de loonkosten die de dansschool moet betalen over jouw uurloon. Zelf heb ik de berekening omgedraaid: ervan uitgaande dat de turnvereniging mij € 40 per lesuur blijft betalen, wat hou ik daar dan in payrolling van over?
Dat heb ik laten uitrekenen door Keesjan de Bruijn van Bruuk. Hij gaf in eerste instantie aan dat ik zo’n 60-70% van mijn bruto factuurtarief over zou houden na aftrek van werkgeverslasten en de marge van het payrollbedrijf. Bij mijn zzp-tarief van € 40 per lesuur zou ik dan via payrolling netto € 24 tot € 28 per lesuur overhouden. Hetzelfde dus als ik bruto per lesuur overhoud in loondienst, alleen gaat het hier om een netto bedrag. Dat ziet er gunstig uit! Maar… In deze berekening had Keesjan de loonheffingskorting AAN staan. Dat is in mijn geval niet de bedoeling, dus moest ik hem opnieuw aan het rekenen zetten.
In de nieuwe berekening hield ik ineens nog maar 30-40% van het bruto uurtarief over. Namelijk maar € 12 tot € 16 per gegeven lesuur. Dat is dus minder dan in loondienst én minder dan ik als zzp’er overhoud als ik de perfecte spaarder zou zijn.
Bovendien is de voorbereidingstijd in dit geval nog niet meegerekend! Als ik dat wel wil doen, zoals ik dat in loondienst ook zou doen, zou ik in dit geval dus ook drie uur moeten factureren in plaats van de twee die ik daadwerkelijk lesgeef. Maar dan wel 3 uur x € 40, omdat ik er dus maar zo weinig van overhoud… Dan houd ik nog steeds € 12-16 over per gewerkt uur, maar dat is dan € 18-24 per lesuur. Via payrolling verdien ik dus iets minder dan in loondienst, maar voor de turnvereniging is dit wel veel duurder: zij betalen dan 3 x € 40 via payrolling in plaats van 3 x € 20 met mij in loondienst, of in plaats van 2 x € 40 aan mij als zzp’er.
Een belangrijk verschil is wel dat de turnvereniging geen pensioenopbouw biedt in loondienst en dat payrolling dat wel biedt. Daarover zou ik dus nog kunnen onderhandelen (over een hoger uurloon ter compensatie, of de mogelijkheid tot een pensioenregeling). En ik zou ook nog eens goed kunnen kijken of er nog andere secundaire arbeidsvoorwaarden zijn die het payrollbedrijf mij biedt en de turnvereniging niet. Of dat andere payrollbedrijven (zoals Tentoo) misschien een andere omrekenfactor hanteren. Maar let wel op: je kunt niet zomaar de omrekenfactoren van payrollbedrijven met elkaar vergelijken zonder te kijken naar de inhoud. Is een payrollbedrijf duurder, dan is daar waarschijnlijk een reden voor: die biedt dan misschien een betere pensioen-, ziekte- of vakantieregeling (Tentoo, z.d.).
Wanneer is payrolling dan wel gunstig?
Zoals eerder gezien is payrolling mogelijk iets gunstiger bij je grootste opdrachtgever, waarbij je heffingskorting aan zou zetten. Vooral als je je voorbereidingstijd ook zou mogen declareren. Maar uiteindelijk ligt de keuze bij de werkgever, omdat die aan payrolling extra kosten aan heeft (wanneer jij netto hetzelfde wilt blijven verdienen). En dat moet afwegen tegen die extra administratie en rompslomp die het hen zou kosten als ze je in loondienst zouden nemen.
Of het dat verschil voor hen waard is, ligt aan de hoogte van de administratiekosten die zij besparen door de administratie door het payrollbedrijf te laten doen. Dat is waarschijnlijk pas gunstig als ze het grootste deel van hun voormalige zzp’ers in payrolling overzetten, anders zijn ze nog steeds veel uren kwijt aan administratie en dan maken die paar uurtjes meer of minder voor mij niet echt verschil uit. Ook kan payrolling handig zijn voor een dansschool als zij een jonge dansdocent willen aannemen die nog niet als zelfstandige staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Of als de dansschool een stichting is en maar beperkt aantal mensen in loondienst kan nemen (Payrollplaats, z.d.).
Aan mijn kant zou ik ervoor kunnen kiezen dat ik de voorwaarden van payrolling beter vind (mogelijk meer vakantiegeld, pensioenopbouw en ik heb minder eigen administratie). Dan kan ik aandringen om toch voor payrolling te gaan, maar moet ik mogelijk wel wat concessies doen in mijn uurloon omdat de werkgever die extra kosten niet wil. In dat geval is het dus ook aan mij om te bepalen hoeveel de voordelen van payrolling mij waard zijn en hoeveel ik bereid ben in te leveren ten opzichte van mijn loon in loondienst! In mijn geval met de turnvereniging als kleine opdrachtgever is payrolling in elk geval niet interessant, en ga ik in loondienst. Dan resten mij alleen nog de onderhandelingen voor een eerlijk uurloon!
Bronnen
Belastingdienst. (z.d.). Tabel algemene heffingskorting 2025. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Belastingdienst. (z.d.). Percentages inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Bos, J. (2024, 18 november). Inkomstenbelasting zzp berekenen 2024 en 2025. MKB Servicedesk. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Cao Toneel & Dans. (2025, 23 januari). Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Cultuurmonitor. (z.d). Beroepspraktijk. Boekmanstichting. Geraadpleegd op 27 februari 2025.
De Kuijper, J. (2024, 24 september). Wat is fair pay voor dansers en dansdocenten? Wij doken opnieuw in de cao Toneel en Dans! Dansdocent.nu. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Geelen, I. (2024, 7 januari). Volgens deze nieuwe rekentool zouden dansdocenten € 57 per uur moeten verdienen. Dansdocent.nu. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Indeed. (2024, 16 juni). Je uurloon berekenen, zo doe je dat. Geraadpleegd op 4 maart 2025.
Indeed. (2025, 18 maart). Berekening van je overuren en de uitbetaling: waar let je op? Geraadpleegd op 20 maart 2025.
Kunstenbond. (z.d.). Bereken je starttarief als zzp’er toneel en dans. Geraadpleegd op 4 maart 2025.
Netwerk in de Sport & FNV Sport & Bewegen te Utrecht & CNV Vakmensen te Utrecht. (z.d.). Collectieve Arbeidsovereenkomst Sportverenigingen 2023-2024. [pdf]. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
Payrollplaats. (z.d.). Voor welke branche en onderneming is payroll geschikt? Geraadpleegd op 6 maart 2025.
Randstad. (z.d.). Loonheffingskorting: dit betekent het op je loonstrook. Geraadpleegd op 14 maart 2025.
Sazas. (z.d.). Wat kost personeel? Dit zijn de personeelskosten voor u als werkgever. Geraadpleegd op 4 maart 2025.
Tentoo. (z.d.). Omrekenfactor payroll. Geraadpleegd op 14 maart 2025.
Tentoo. (z.d.). Het oproepcontract. Geraadpleegd op 24 maart 2025.
Van Boxel, L. (2023, 14 maart). Je geldzaken sneller op orde? Tip van Lola: stop het in ‘potjes’. Dansdocent.nu. Geraadpleegd op 26 februari 2025.
ONDERNEMERSCHAP & MARKETING
Voor het dansdocentschap heb je gekozen. Het ondernemerschap krijg je daar zomaar bij… Niet altijd gewenst, en soms behoorlijk complex. De vrijheid van het freelancen is fijn, maar belastingaangiften, administratie, klantenwerving en steeds weer politieke veranderingen leiden tot kopzorgen. Daar helpen wij je graag bij! Onze redacteuren Ondernemerschap & Marketing helpen dansdocenten en dansschoolhouders hun zelfstandige onderneming of bedrijf te laten groeien en financieel gezond te laten zijn. Aan de hand van toegankelijke stappenplannen en voorbeelden leer je over alle praktische zaken waarmee dansondernemers te maken krijgen - en hoe jij daarin onderscheidend kan zijn!
Marlie Salomé
Marlie Salomé is dansdocent, danser, choreograaf en dansondernemer. Na op haar zestiende begonnen te zijn met dansen op MBO RijnIJssel heeft zij haar diploma Docent Dans behaald aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Sindsdien geeft zij les op onder andere de opleiding Danser Creative Contemporary van het RijnIJssel in Arnhem, ISH Dance Collective en Amsterdam Dance Centre. Haar grootste passie is Contemporary met een fusion van andere stijlen waarin flow, kracht, controle, vloer en grounding wordt gebruikt. Voor haar is het lesgeven nauw verbonden met de ambitie om als maker te groeien en stukken te creëren voor het theater.
Ilja Geelen
Ilja Geelen is hoofdredacteur van Dansdocent.nu. Ze heeft een bachelor Docent Dans van ArtEZ in Arnhem, en een master Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sindsdien combineert ze verschillende rollen als maker, docent, performer, schrijver en organisator. Ze begon haar carrière in Marokko, waar ze twee jaar woonde. Nu choreografeert ze regelmatig in Egypte en woont ze ‘in een koffer’. Ilja begon bij Dansdocent.nu in 2022 als redacteur Young Dance Professional. Al snel kwamen daar klussen als eindredacteur en nieuwsredacteur bij.